
Met de topformule weer je in ieder geval dat de formule iets wordt als:
f(x)=a(x-2)^2+2
Nu moet (0,4) er wel op liggen, dus invullen (0,4) geeft:
4=a(0-2)^2+2
4=4a+2
4a=2
a=\frac{1}{2}
De formule wordt: f(x)=\frac{1}{2}(x-2)^2+2
|

Met x=2 en y=-3 als asymptoten wordt de formule in ieder geval zoiets als:
f(x)=\eqalign{\frac{a}{(x-2)^2}-3}
Nu moet (0,-1) er wel op liggen. Invullen van (0,-1) geeft:
\eqalign{-1=\frac{a}{(0-2)^2}-3}
\eqalign{2=\frac{a}{4}}
a=8
De formule wordt \eqalign{f(x)=\frac{8}{(x-2)^2}-3}
|