OUD berekenen bij procentuele toe- of afname.

Een terugkerend probleem is het rekenen met procenten in de omgekeerde volgorde. Je weet wel de procentuele toe- of afname en het 'eindbedrag', maar was was nu het 'beginbedrag'?


Vraag 1
Een fiets wordt 12% duurder en kost dan €588. Wat was de prijs van de fiets voor de verhoging?

Noem de prijs van de fiets eerst OUD. Er geldt dan:

  • OUD × 1,12 = 588

Om OUD te berekenen moet je 588 delen door 1,12. De prijs van de fiets was €525.


Vraag 2
Een fototoestel wordt 8% goedkoper en kost nu €230. Bereken de oude prijs.

Noem de oude prijs OUD. Er geldt dan:

  • OUD × 0,92 = 230

Om oud te berekenen moet je 230 delen door 0,92. De oude prijs was €250.


Vraag 3
Een CD-speler kost €312. Dat is inclusief 21% BTW. Wat was de prijs zonder BTW?

Van percentage naar TOTAAL

Een ander probleem is dat je weet hoeveel een bepaald percentage van een hoeveelheid is en je graag het totaal wilt weten.

Voorbeeld

Op de 'blije school' komen 221 leerlingen met het openbaar vervoer naar school. Dat is 24% van de leerlingen. Hoeveel leerlingen zitten er in totaal op de 'blije school'?

Noem het totaal aantal leerlingen TOTAAL. Er geldt:

  • 0,24 × TOTAAL = 221

Om TOTAAL te berekenen moet je 221 delen door 0,24. Je krijgt dan 921 leerlingen.


Vraag 4
Een CD-speler kost €312. Dat is inclusief 21% BTW. Wat was de prijs zonder BTW?

Vraag 5
In 2011 werden 157.000 auto's met een dieselmotor verkocht. Dat is 28,2% van de totale autoverkoop in 2011. Van de totale verkoop was 1,28% hybride.

  • Hoeveel hybride auto's werden in 2011 verkocht?

Zie uitwerkingen