Hoeken
  • Een gestrekte hoek is een hoek waarvan de benen in het verlengde van elkaar liggen. (definitie gestrekte hoek)
  • De grootte van een gestrekte hoek is 180°. (grootte gestrekte hoek)
  • Een rechte hoek is de helft van een gestrekte hoek. (definitie rechte hoek)
  • De grootte van een rechte hoek is 90°. (grootte rechte hoek)

Hoeken en lijnen
  • De overstaande hoeken bij twee snijdende lijnen zijn even groot. (stelling overstaande hoeken)
  • Als twee evenwijdige lijnen gesneden worden door een derde lijn, dan zijn F-hoeken even groot en Z-hoeken even groot. (stelling F-hoeken, stelling Z-hoeken)
  • Als er bij twee lijnen die gesneden worden door een derde lijn een paar even grote F-hoeken of Z-hoeken optreedt, dan zijn die twee lijnen evenwijdig. (stelling F-hoeken, stelling Z-hoeken)

Afstanden
  • De afstand (kortste verbinding) van een punt tot een lijn is de lengte van het loodlijnstuk neergelaten vanuit dat punt op die lijn. (definitie afstand punt tot lijn)
  • Als drie punten A, B en C niet op één lijn liggen, dan geldt: AB + BC > AC. (stelling driehoeksongelijkheid)