1 Rekenen met breuken
2 Afronden
3 Hoofdrekenen
4 Rekenen met machten
5 Rekenen met wortels
6 Rekenen met negatieve getallen
7 Wetenschappelijke notatie
8 Rekenen met schaalverdeling
9 Rekenen met priemfactoren
10 Evenredigheid herkennen
11 Gebruik maken van verhoudingstabellen
12 Omrekenen tussen procenten, breuken, decimaal getal en verhouding
13 Toepassen metriek stelsel
14 Grafieken herkennen en tekenen
15 Lineaire functies
16 Kwadratische functies
17 Exponentiele functies
18 Machtsfuncties
19 Evenredig en omgekeerd evenredig
20 Herleiden
21 Formules omwerken
22 Haakjes wegwerken
23 Ontbinden in factoren
24 Merkwaardige producten
25 Kwadraatafsplitsen
26 Eerstegraadsvergelijkingen oplossen met de balansmethode
27 Eerstegraadsvergelijkingen oplossen met de bordjesmethode
28 Eenvoudige tweedegraads vergelijkingen oplossen
29 Tweedegraads vergelijkingen oplossen met ontbinden in factoren
30 Tweedegraads vergelijkingen oplossen met de ABC-formule
31 Tweedegraads vergelijkingen oplossen met kwadraatafsplitsen
32 Assenstelsels
33 Lijnen en lijstukken
34 Hoeken meten, tekenen en berekenen
35 Symmetrie
36 Eigenschappen van driehoeken
37 Eigenschappen van vierhoeken
38 De stelling van Pythagoras
39 Goniometrische verhoudingen
40 Gelijkvormigheid
41 Omtrek, oppervlakte en inhoud
42 Kijkmeetkunde
43 Vergroten en verkleinen
44 Gelijkvormigheid
45 Ruimtemeetkunde
46 Aanzichten
47 Grafieken en diagrammen
48 Grafen
49 Centrum- en spreidingsmaten
50 Rekenen met procenten
51 Informatieverwerking
52 Telproblemen
53 Wegendiagrammen en roosterdiagrammen
54 Meetkundige tekeningen en schema’s
55 Schematische voorstellingen, tabellen en grafieken
56 Notaties in de wiskunde
57 Rekenkundige, wiskundige en meetkundige uitdrukkingen
58 Formele, informele notaties en modellen
59 Wiskundige begrippen
60 Contexten en probleemsituaties beschrijven met wiskundige begrippen
61 Structuur van bewijzen
62 Rekenregels
63 Stappen in een berekening
64 Gebruik van computertaal en rekenmachinetaal
65 Opzettten van een wiskundige argumentatie
66 Analyseren en generaliseren
67 Probleemaanpak en wiskundige modellen
68 Meningen, beweringen en (wiskundige) zekerheid
69 Elementaire logica
70 Definitie, stelling, vermoeden en bewijzen
71 Wiskundige denkactiviteiten
72 Relevante gegevens onderscheiden
73 Problemen de situatie vertalen naar een wiskundig model
74 Een passend en efficiënt (reken-)model kiezen
75 Correct redeneren en conclusies trekken
76 Wiskunde herkennen, interpreteren, gebruiken en toepassen in contexten
77 Onderzoeks- en redeneerstategieën gebruiken
78 Verwerven en inzetten van routines, parate kennis en inzicht
79 Omgaan met rekenapparatuur en computers
80 ICT gebruiken als hulpmiddel, informatiebron en communicatiemiddel
81 Wiskundige modellen als studieobject
82 Relevante verbanden en structuren opsporen dan wel construeren

Bronnen