Rekenen is het werken met getallen. Er zijn vier hoofdbewerkingen: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Verder ken je de bewerkingen machtsverheffen en worteltrekken. Algebra is het rekenen met variabelen. Daarbij gelden dezelfde regels als bij het rekenen.

$a+a=2a$
$4a+3b+6a-2b=10a+b$
$a\cdot a=a^{2}$
$a\cdot b=ab$
$2a\cdot5b=10ab$
$2a^{2}\cdot5b^{3}=10a^{2}b^{3}$

Je kunt alleen gelijksoortige termen optellen.

Voorbeeld

Je ziet hieronder een luciferfiguur. De figuur is gemaakt van rode lucifers met een lengte van $a$ cm en van groene lucifers van $b$ cm.

q8615img1.gif

De omtrek van de figuur is gelijk aan $a$ + $a$ + $a$ + $a$ + $a$ + $a$ + $b$ + $b$ + $b$ + $b$. Dat kan je korter schrijven als $6a+4b$.

De oppervlakte van de figuur is gelijk aan $a\cdot a+ab+ab+ab+ab$. Dat kan je kleiner schrijven als $a^{2}+4ab$.

  • Ga na dat dat klopt.

Opdracht 1

De figuren hieronder zijn gemaakt van rode lucifers met een lengte van $a$ cm en van groene lucifers van $b$ cm.

  1. Bepaal steeds van de luciferfiguur de omtrek. Schrijf de gevonden uitdrukking zo kort mogelijk.
  2. Bepaal steeds van de luciferfiguur de oppervlakte. Schrijf de gevonden uitdrukking zo kort mogelijk.
q8615img3.gif

De omtrek is: _____________

De oppervlakte is: ________________

q8615img4.gif

De omtrek is: _____________

De oppervlakte is: ________________

q8615img5.gif

De omtrek is: _____________

De oppervlakte is: ________________