Antwoorden
Opgave 1
Opgave 2
Opgave 3
Opgave 4
De coördinaten van de toppen zijn:
Opgave 5
Opgave 6
Opgave 7
Dat is de vector (-5,2)
Je kunt dat ook berekenen:
\begin{array}{l} y = {x^2} - 4x + 2 \to y = {(x - 2)^2} - 2\\ y = {x^2} + 6x + 5 \to y = {(x + 3)^2} - 4 \end{array}
Van \left( {2, - 2} \right) naar \left( { - 3, - 4} \right) geeft (-5,-2).
Opgave 8
Vervang in y = - {x^2} + 5x + 5 de x door (x+2) en tel 6 op bij het functievoorschrift. Je krijgt dan:
\begin{array}{l} y = - {(x + 2)^2} + 5(x + 2) + 5 + 6\\ y = - ({x^2} + 4x + 4) + 5x + 10 + 11\\ y = - {x^2} - 4x - 4 + 5x + 21\\ y = - {x^2} + x + 17 \end{array}
Opgave 9
Opgave 10
Opgave 11
Opgave 12
Opgave 13
Opgave 14
Opgave 15
y = \,^2log(x) | standaardfunctie |
domein: <0,\to> bereik: R asymptoot: x=0 |
y = \,^2log(2x) | vermenigvuldigen met factor \frac{1}{2} t.o.v. de y-as |
domein: <0,\to> bereik: R asymptoot: x=0 |
y = \,^2log(2(x-3)) | 3 naar rechts |
domein: <3.\to> bereik: R asymptoot: x=3 |
y = \,^2log(2(x-3))+4 | 4 omhoog |
domein: <3, \to> bereik: R asymptoot: x=3 |
Opgave 16
De logaritme ^2log(x) is alleen gedefinieerd voor x\gt0. Bij de linker grafiek heb je daarom alleen punten voor x\gt0. Bij de rechter grafiek heb je links ook een tak.
Opgave 17
\eqalign{ & 2 + \frac{8}{{x + 3}} = 2x + 2 \cr & \frac{8}{{x + 3}} = 2x \cr & 2x(x + 3) = 8 \cr & 2{x^2} + 6x = 8 \cr & {x^2} + 3x = 4 \cr & {x^2} + 3x - 4 = 0 \cr & (x + 4)(x - 1) = 0 \cr & x = - 4 \vee x = 1 \cr & ( - 4, - 6)\,\,en\,\,(1,4) \cr}
Opgave 18
\eqalign{f(x) = \frac{1}{x}}
vermenigvuldigen met 8 t.o.v. de y-as
\eqalign{f(x) = \frac{8}{x}}
translatie over (-3,2)
\eqalign{f(x) = 2 + \frac{8}{x + 3}}
Opgave 19
Opgave 20
\eqalign{ & f(x) = \frac{2}{{x - 3}} + 4 \cr & f(x) = \frac{2}{{\left( {\frac{1}{2}x} \right) - 3}} + 4 \to f(x) = \frac{4}{{x - 6}} + 4 \cr & f(x) = \frac{4}{{\left( {x + 3} \right) - 6}} + 4 \to f(x) = \frac{4}{{x - 3}} + 4 \cr & f(x) = \frac{2}{{x - 3}} + 2 \cr}
Opgave 21
Gegeven: f(x)=-2\sqrt{-x-1}+3
Gevraagd: domein en bereik
Het domein is <\leftarrow,-1]
Het bereik is <\leftarrow,3]
Opgave 22
\eqalign{ & f(x) = g(x) \cr & \sqrt x = 2\sqrt {x - 3} \cr & x = 4\left( {x - 3} \right) \cr & x = 4x - 12 \cr & - 3x = - 12 \cr & x = 4 \cr}
Contoleer je oplossing. x=4 voldoet.
Met f(4)=2 krijg je A(4,2).
Opgave 23
Opgave 24
\eqalign{ & K = 4 + \sqrt {3p + 1} \cr & K - 4 = \sqrt {3p + 1} \cr & \left( {K - 4} \right)^2 = 3p + 1 \cr & \left( {K - 4} \right)^2 - 1 = 3p \cr & p = \frac{1} {3}\left( {K - 4} \right)^2 - \frac{1} {3} \cr}
Opgave 25
\eqalign{ & {2^{3x - 8}} = 1024 \cr & {}^2\log \left( {{2^{3x - 8}}} \right) = {}^2\log \left( {1024} \right) \cr & 3x - 8 = 10 \cr & 3x = 18 \cr & x = 6 \cr}
Opgave 26
\eqalign{ & y = \sqrt {3x - 2} + 5 \cr & \sqrt {3x - 2} = y - 5 \cr & 3x - 2 = {\left( {y - 5} \right)^2} \cr & 3x = {\left( {y - 5} \right)^2} + 2 \cr & x = \frac{{{{\left( {y - 5} \right)}^2} + 2}}{3} \cr}
Opgave 27
De inverse van \eqalign{y=\frac{1}{x}} is \eqalign{y=\frac{1}{x}}.
Opgave 28
Opgave 29