1. rekenregels en verhoudingen

  • Ik kan breuken vermenigvuldigen en delen.
  • Ik ken de rekenregel:
    $\eqalign{breuk \times breuk}$ = $\eqalign{{{teller \times teller} \over {noemer \times noemer}}}$
  • Ik kan rekenen met procenten en ben bekend met de 7 verschillende soorten procentberekeningen.
  • q10027img3.gifIk ben op de hoogte van de volgende afspraken:
    • Kleine geldbedragen geef je in centen nauwkeurig.
    • Geef percentages in één decimaal nauwkeurig, tenzij anders vermeld.
  • Ik kan de wetenschappelijke notatie gebruiken.
  • Ik kan rekenen met lengte-, oppervlakte en inhoudmaten. Ik kan eenheden omrekenen.
  • Ik weet dan 1 liter overeenkomt met 1 dm3.
  • Ik weet hoe je met snelheid kunt rekenen. Ik kan m/s omrekenen in km/u en andersom.
  • Ik kan tijd in uren omrekenen in tijd in uren, minuten en seconden en andersom. Ik begrijp wanneer je dat nodig hebt.
  • Ik ken de regelregels voor machten en wortels.
  • Ik kan machten met letters herleiden.
  • Ik kan wortels herleiden,
  • Ik kan breuken met letters vermenigvuldigen en optellen.
  • Ik kan rekenen met verhoudingen. Ik kan een verhoudingstabel gebruiken.
  • Ik kan bij formules haakjes wegwerken.
  • Ik kan formules combineren.

Algemene aanwijzingen
  • ...

Samenvatting

©2004-2021 W.v.Ravenstein