1. formules, grafieken en vergelijkingen

  • Ik kan lineaire vergelijkingen en lineaire ongelijkheden algebraisch oplossen
  • Ik weet dat de algemene formule voor een lineaire functie $y=ax+b$ is. Ik weet dat $a$ de richtingscoëfficiënt is en $(0,b)$ het snijpunt met de $y$-as.
  • Ik kan de lijn tekenen bij een gegeven lineaire formule.
  • Ik kan bij een gegeven lineaire grafiek (met roosterpunten) de formule opstellen.
  • Ik kan bij een gegeven richtingscoëfficient en de coördinaten van een punt bij een lineaire functie de formule opstellen.
  • Ik kan bij gegeven coördinaten van twee punten van een lineaire functie de formule opstellen.
    Ik gebruik daarbij de formule $\eqalign{a=\frac{y_B-y_A}{x_B-x_A}}$.
  • Ik kan ook de formule opstellen van een verticale lijn.
  • Ik weet wat een lineaire vergelijking met twee variabelen is. Ik kan daarvan de grafiek tekenen en controleren of een gegeven punt op de lijn ligt.
  • Ik kan bij een gegeven context een lineaire vergelijking met twee vergelijkingen opstellen.
  • Ik kan algebraisch een stelsel van twee vergelijkingen met twee onbekenden oplossen. Ik gebruik daarmee eliminatie door optellen en aftrekken dan wel eliminatie door substitutie.
  • Ik weet dat je bij het exact berekenen van oplossingen van een vergelijking je algebraisch te werk gaat en de oplossing niet af moet ronden.
  • Ik weet dat je bij het algebraisch oplossen van een vergelijking je al schrijvende stap voor stap naar de oplossing toewerkt.
  • Ik weet dat $ax^2+bx+c=0$ de algemene formule is voor een kwadratische vergelijking.
  • Ik ken verschillende methoden om tweedegraadsvergelijkingen op te lossen.
  • Ik kan tweedegraadsvergelijkingen oplossen met ontbinden in factoren.
  • Ik ken de abc-formule.
  • Ik kan bij het oplossen van tweedegraadsvergelijkingen kiezen voor de handigste methode.
  • Ik weet wat de discrimant is en hoe je aan de discriminant kunt zien hoeveel oplossingen een kwadratische vergelijking heeft.
  • Ik weet dat de grafiek van een kwadratische verband een parabool is.
  • Ik kan zien wanneer een grafiek van een kwadratisch verband een dal- of een bergparabool is.
  • Ik weet wat het verschil is tussen plotten, schetsen en tekenen van een grafiek.
  • Ik kan met de grafische rekenmachine de coördinaten van toppen, nulpunten, snijpunten berekenen en extremen bepalen. Ik kan bepalen of het een maximum of een minimum is.


Algemene tips
  • ...

Website

©2004-2021 W.v.Ravenstein