Loading jsMath...
1. lijnen en hoeken

De assenvergelijking van een lijn

De lijn door de punten (a,0) en (0,b) heeft de vergelijking \eqalign{\frac{x}{a}+\frac{y}{b}=1} met a\ne0 en b\ne0.

Voorbeeld

De lijn l gaat door de punten (4,0) en (0,-5). Geef een vergelijking voor de lijn l.

Uitwerking

Invullen geeft \eqalign{\frac{x}{4}+\frac{y}{-5}=1}. Vermenigvuldigen met 20 geeft:

  • l:5x-4y=20

De hoek tussen twee lijnen

De richtingshoek van een lijn is de hoek die de lijn maakt met het positieve deel van de x-as.

Voor de richtingshoek \alpha van de lijn k geldt:

  • \tan\alpha=rc_k
  • -90^\circ\lt\alpha\le90^\circ

q11645img1.gif

Voor de hoek \varphi tussen twee lijnen met richtingshoeken \alpha en \beta, waarbij \alpha\gt\beta, geldt:

  • \varphi=\alpha-\beta als \alpha-\beta\le90^\circ
  • \varphi=180^\circ-(\alpha-\beta) als \alpha-\beta\gt90^\circ

De hoek tussen twee krommen

De hoek tussen twee krommen in een snijpunt A is gelijk aan de hoek tussen de raaklijnen in A.

Voorbeeld

Bereken in graden nauwkeurig de hoek waaronder de grafieken van f(x)=\sqrt{x} en g(x)=-2x+6 elkaar snijden.

Voorbeeld

  • Bereken op 1 decimaal nauwkeurig de hoek tussen de lijnen k:3x-2y=5 en l:4x-3y=6.

Zie uitgewerkt 2

hoek tussen twee raaklijnen in een punt
uitgewerkt
uitgewerkt 2

©2004-2025 Wiskundeleraar - login