9. exponentiŽle verbanden

  • Ik kan rekenen met procenten als groeifactoren, zowel bij procentuele toename  als bij procentuele afname.
  • Ik kan een procentuele af- of toename berekenen over langere tijd.
  • Ik kan bij procentuele toe- of afname procenten op procenten berekenen.
  • Ik weet het onderscheid tussen lineaire en exponentiele groei.
  • Ik kan exponentiele groei herkennen en een formule opstellen in de vorm $N(t)=b·g^t$ met $b$ als beginwaarde en $g$ als groeifactor.
  • Ik kan groeipercentages omzetten naar een andere tijdseenheid.
  • Ik ken de rekenregels voor logaritmen.
  • Ik kan logaritmische vergelijkingen oplossen.
  • Ik ken de logaritmische standaardfunctie en weet hoe je met transformaties het functievoorschrift kan opstellen van een willekeurige logaritmische functie.
  • Ik kan rekenen met halverings- en verdubbelingstijd.
  • Ik kan expontiele formules omwerken naar een formule met logaritmen en andersom.
  • Ik kan machtsformules omwerken naar een formule met logaritmen en andersom.
  • ik kan in grafieken logaritmische schalen aflezen en begrijp waarom deze gebruikt worden.


Algemene aanwijzingen

  • Je kunt elke groeifactor per tijdseenheid gemakkelijk omrekenen naar een andere tijdseenheid. Zo is een groeifactor van $1,05$ per dag gelijk aan een groeifactor van $1,05^7$ per week of een groeifactor van $\eqalign{1,05^\frac{1}{24}}$ per uur.
  • Leer de rekenregels voor machten en logaritmen uit je hoofd. Bedenk hoe je machten en logaritmen kan omrekenen.


Website

©2004-2021 W.v.Ravenstein